Nieuws

Diatoetsen: Vlaamse normering en eerlijke vergelijkingen? Check!

Geschreven door Femke Vanden Bempt | Oct 21, 2026, 12:24:39 PM

De Diatoetsen voor het basisonderwijs en de taaltoetsen voor Nederlands in het secundair onderwijs zijn Vlaams genormeerd. Maar wat wil dat zeggen? Op welke manier verloopt een zogenaamd normeringsonderzoek en hoe brengen we de normgegevens in kaart? We lichten het voor jou graag toe.


Wat betekent Vlaams genormeerd?

Maya uit het 3e leerjaar maakte op 13 juni een Diacijfertoets. De leerkracht raadpleegde haar behaalde score en zag ook hoe Maya presteerde ten opzichte van de algemene leerlingenpopulatie in het Nederlandstalig onderwijs in Vlaanderen en Brussel. De toets die Maya maakte is dus Vlaams genormeerd, want haar uitslag wordt vergeleken met de algemene prestaties in Vlaanderen en Brussel.

 

Hoe verloopt het normeringsonderzoek?

De Vlaamse normen ontstaan bij Dia natuurlijk niet zomaar. Om de resultaten van Maya te kunnen vergelijken met die van anderen hebben we niet enkel haar toetsresultaat nodig, maar ook die van leerlingen uit een relevante vergelijkingsgroep. Die zogenaamde normgroep is in ons voorbeeld een grote groep Vlaamse en Brusselse leerlingen die, net zoals Maya, de Diacijfertoets op het einde van het derde leerjaar heeft gemaakt.

Bij Dia vormen we de normgroep op basis van de toetsresultaten van alle bestaande Dia-gebruikers. Met de beschikbare toetsresultaten leggen we zo de Vlaamse normen vast. We noemen dat het normeringsonderzoek en we volgen daarbij een nauwgezet stappenplan:

  1. We beoordelen eerst of er genoeg toetsdata beschikbaar zijn om een relevante normgroep te vormen. Het minimumaantal dat volgens wetenschappelijke richtlijnen nodig is, wordt bij Dia steeds ruimschoots overschreden.
  2. Vervolgens controleren we of de gevormde normgroep een goede afspiegeling vormt van de Vlaamse en Brusselse onderwijscontext. We gaan na of de provincies, onderwijsnetten, schoolgroottes en onderwijskansarmoede-indicatoren in onze normgroep overeenstemmen met de werkelijke situatie in Vlaanderen en Brussel. Zijn bepaalde provincies of onderwijskoepels bijvoorbeeld te sterk of juist te weinig vertegenwoordigd in onze dataset, dan corrigeren we dat statistisch: de toetsdata van ondervertegenwoordigde groepen krijgen meer gewicht dan oververtegenwoordigde groepen.
  3. We koppelen tot slot percentielscores aan de toetsresultaten van de normgroep. Percentielscores zijn getallen tussen 1 en 100 die bij een behaalde score weergeven hoeveel procent van de normgroep een gelijk of lager resultaat behaalde. De koppelingen tussen de toetsresultaten en percentielen uit dit normeringsonderzoek vormen zo de Vlaamse norm.
  4. We delen de percentielscores op in vijf groepen (A, B, C, D, E) om de interpretatie te vergemakkelijken. We berekenen vervolgens de score-intervallen per percentielgroep voor elke toetsversie en vatten die samen in onze handleidingen1. Een voorbeeld: voor Diacijfer op het einde van het 3e leerjaar komen de scores tussen 592 en 688 overeen met percentiel 26 tot en met 50, wat overeenkomt met percentielgroep C.

 

Percentielscore

Percentielgroep

Interpretatie: in vergelijking met Vlaanderen en Brussel…

76-100

A

behoort de score van de leerling tot de 25% hoogste scores.

51-75

B

behoort de score van de leerling tot de 25% scores boven de mediaan.

26-50

C

behoort de score van de leerling tot de 25% scores onder de mediaan.

11-25

D

behoort de score van de leerling tot de 15% scores ruim onder de mediaan.

1-10

E

behoort de score van de leerling tot de 10% laagste scores.

 

Terug naar Maya. De Diacijfertoets die Maya aflegde, geeft aan dat ze een algemeen rekenniveau van 753 behaalde. Na het normeringsonderzoek weten we dat dat niveau overeenkomt met een percentielscore van 72 en percentielgroep B. Dat betekent dat 72% van de leerlingen uit het normeringsonderzoek een lagere of gelijke score haalde.

De Vlaamse normen zichtbaar voor leerkrachten

Diatoetsen worden digitaal afgenomen. Dat brengt een pak van voordelen met zich mee, onder andere dat de toetsresultaten zichtbaar gemaakt kunnen worden in een online dashboard. In de groeigrafieken tonen we hoe de mediaan van Vlaanderen en Brussel loopt en evolueert per afnamemoment. Zo kan een leerkracht in één oogopslag zien hoe (de groei van) Maya of een volledige klas of een volledig leerjaar zich verhoudt ten opzichte van die mediaan. Je kan dat het best vergelijken met de alom bekende Vlaamse groeicurves voor baby’s bij Kind en Gezin. Ook de percentielscores en -groepen hebben een plek in het dashboard.

Eerlijk vergelijken

Maar dat is nog niet alles! Naast de mediaan van Vlaanderen en Brussel kunnen leerkrachten in het basisonderwijs sinds schooljaar 2024-2025 de toetsresultaten ook vergelijken met de mediaan van een gelijkaardige leerlingenpopulatie, gebaseerd op de onderwijskansarmoede-indicatoren (OKI). Elke school heeft een gemiddelde OKI-waarde. Dat is een waarde tussen 0 en 4 die inzicht geeft in het sociaal profiel van een school. De waarde wordt bepaald op basis van vier factoren: de buurt waarin de leerlingen wonen, of een leerling een schooltoelage ontvangt, de thuistaal die leerlingen spreken en het opleidingsniveau van de moeder. Een hogere gemiddelde OKI-waarde betekent dat er meer leerlingen met een sociaal kwetsbaar profiel aanwezig zijn. Als Maya bijvoorbeeld in een school met een gemiddelde OKI-waarde van 2.6 zit, dan kan de leerkracht haar resultaten of de resultaten van de hele klas/het hele leerjaar vergelijken met de mediaan van scholen met OKI-waarden tussen 2.5 tot 4. Vanaf nu is het ook mogelijk om die zogenaamde OKI-vergelijking in het secundair onderwijs te maken voor de taaltoetsen voor Nederlands in de eerste graad van de A-stroom. Zo kan de score op Diatekst van Jeremy uit het 2e leerjaar A-stroom nu vergeleken worden met de mediaan van de Vlaams-Brusselse populatie én met de mediaan van scholen met gelijkaardige OKI-kenmerken.

Normen moeten blijven aansluiten bij de leerlingen en de toetsen van vandaag. We controleren daarom geregeld of de normen nog up-to-date zijn. Wanneer de normen verouderd zijn en/of wanneer de inhoud van een toets grondig wijzigt, stellen we ze bij.